De naam komt van het Griekse “phalaina” wat “mot” betekent, en “opsis” wat “gelijkend” betekent. De benaming beschrijft de bloeiwijze van sommige soorten, die op een vliegende mot of vlinder lijkt.

Ze komen oorspronkelijk in Zuidoost-Azië voor, van de Himalaya tot de eilanden Polillo en Palawan van de Filipijnen en Noord-Australië. Het orchidee-eiland nabij Taiwan is vernoemd naar deze orchidee. Er is weinig bekend over hun habitat en ecologie in de natuur omdat er de laatste decennia weinig veldonderzoek is gedaan.

De meeste soorten zijn epifyte schaduwplanten; een paar zijn lithofyt. Typerende plaatsten waar ze in het wild gevonden worden zijn onder het bladerdak van de hoogste bomen in het regenwoud en vochtige laaglandbossen, beschermd tegen direct zonlicht, maar onder dezelfde omstandigheden in seizoensgebonden droge of koele omgevingen. De soorten hebben zich individueel aangepast aan deze drie habitats.

De Phalaenopsis groeit monopodiaal. Een opwaarts groeiende wortelstok produceert vanuit zijn top één of twee dikke, vlezige, eliptische bladeren per jaar. De oudere bladeren vallen zo nu en dan af. De plant krijgt op deze manier vier tot vijf bladeren. In heel gunstige omstandigheden kunnen ze tot 10 bladeren krijgen. Ze hebben geen pseudobulben. De tros groeit uit de stam tussen de bladeren. Een enkele bloem bloeit meerdere weken in haar volle glorie. Als de plant in huis gehouden wordt, bloeien de bloemstengels gemiddeld 2 tot 3 maanden.

 

Phalaenopsis